Hoeksche Chips® Op de boerderij gebakken

 

Handgebakken chips

 

 

Chips van de boerderij

 

 

Vijf jaar geleden voegden Rene de Zeeuw,

Henk Scheele en Gerrit Rozendaal hun

boerenbedrijven in de Hoeksche Waard samen.

Naast het gemeenschappelijk telen van aardappelsoorten

zochten ze naar nieuwe mogelijkheden voor hun gewas.

Over creatief ondernemerschap en de meerwaarde van

Hoeksche aardappels.

 

 

Net als zijn beide collega’s vergeet Rene de Zeeuw die ene avond in het najaar van 2004 nooit meer. ‘Het was rond tien uur ’s avonds, en zoals we wel vaker deden als het laat werd, zetten we tijdens het aardappels rooien de frituurpan aan en bakten we patatten van onze eigen aardappels. Maar die avond hadden we weinig tijd en besloten we chips te bakken. Vlug pakten we wat aardappels vanaf de wagen, sneden ze in plakjes en gooiden ze ongeschild in de frituurolie. We waren zo verrast door de smaak, dat we zeiden: “Laten we kijken of we dáár dan wat mee kunnen.”’ Het drietal nam daarna wat zelfgebakken chips mee naar een verjaardag. Henk Scheele: ‘Ook daar bleek iedereen verrast. ‘“Die moet je gaan verkopen,” zeiden ze enthousiast. Dat zijn we toen gaan doen. Het leek ons een mooie manier om meer te doen met onze grondstoffen.’

 

Blinde smaaktest

De akkerbouwers kochten nog diezelfde winter allerlei frituursoorten en verzamelden hun eigen aardappels en die van collega’s uit de streek. Henk: ‘We zijn ermee gaan spelen, met in ons achterhoofd de vraag: wat is de lekkerste combinatie?’ Behalve zelf proeven organiseerden ze een blinde smaaktest met moeders van de school van Henk’s zoon. ‘Ook chips uit de supermarkt was daarbij, legt Henk glimlachend uit. ‘Onze chips gebakken in pindaolie kwam als lekkerste uit de bus, met als goede tweede de zonnebloemoliechips.’

 

Keuzes maken

Vanwege de allergiegevoelige kant van pindaolie kozen de drie Hoeksche Waard boeren voor zonnebloemolie. Ook legden ze contact met een groentespeciaalzaak in het nabijgelegen ’s-Gravendeel om hun chips daar uit te proberen. ‘Toen we het gingen vragen, zag de eigenaar het eerst niet zitten,’ vertelt Rene. ‘Om ons een plezier te doen, heeft hij ze toch op de toonbank gelegd. Een paar uur later belde hij terug. Ze waren allemaal verkocht. Of we er nog een paar konden brengen.’

Ook de eerste winkels elders in de Hoeksche Waard liepen goed, en daarna was Rotterdam aan de beurt. ‘We hebben daar een supermarkt benaderd,’ vertelt Henk. ‘Pas na enkele weken wilden ze de chips in de schappen leggen, maar toen was het gelijk een succes.’ Gerrit Roozendaal knikt: ‘Het was best moeilijk om de stap te wagen om groter te groeien. We lagen bij 7 winkels in de regio en het liep goed. Maar als dat er nou eens 200 zouden worden? We hadden ook nog steeds het idee van: ja ze kennen ons. We moesten ook een onbekend testadres hebben. Toen kwamen we terecht op een proeverij in Oudewater. Ook dat liep goed. Daarna besloten we het nog drie maanden aan te kijken. Want als iets nieuw is, wil het altijd wel. Maar hoe gaat het als de nieuwigheid eraf is?’

 

Chipsfabriek

De drie maanden aankijken werd een half jaar, en een half jaar een jaar. Intussen begonnen steeds meer mensen om de Hoeksche chips te vragen. Henk: Daar zaten ook smaakkenners bij die we ooit op een beurs hadden ontmoet. Toen dachten we: dit is handel.’ In september 2005 besloten ze de knoop door te hakken. In een schuur op René’s erf bouwde het ondernemende drietal een heuse chipsfabriek. In plaats van de oude vertrouwde frituurpan herbergt de productieruimte een reuzenvariant waar 400 liter olie ingaat. Ook is er een moderne metaaldetector en een volautomatische verpakkingslijn met doorzichtige zak plus etiket. Henk: ‘Vier dames werken in de fabriek. Wij voeren elke dag de aardappelen vers aan. Ze worden gesorteerd op maat, vorm en schilkwaliteit. De schilkwaliteit is van groot belang, omdat wij de aardappelschil tijdens het bakken laten zitten. Dan blijft de smaak beter behouden.

Na het sorteren worden de aardappels gewassen en gedroogd. Hierna start het eigenlijke chipsbakken: de aardappels worden in de snijmachine gebracht, waarna de schijfjes belanden in de zonnebloemolie. Het bakken is een discontinu proces, zodat je bijvoorbeeld de baktijd kunt variëren. ‘Deze persoonlijke aandacht draagt mede bij aan de uiteindelijke kwaliteit van onze ambachtelijke chips,’Legt Henk uit. ‘Net als het met de hand verwijderen van chips die gebroken is of verkleurd. Onze doorzichtige chipszak heeft weliswaar een groot onderscheidend vermogen, maar verbergt niets voor het consumentenoog.’

 

Houdbaarheid

Rene, Henk en Gerrit bundelden niet alleen hun krachten, maar weten ook alledrie vanaf het begin van de hoed en de rand. Eventuele storingen in de fabriek verhelpen ze zelf. Ook doen ze zelf hun financiën en maakten ze voor de Keuringsdienst van Waren een handboek. Rene: ‘Het voldeed. Ze waren voorgekookte handboeken van adviesbureaus gewend en gaven aan dat ze het leuk vonden dat wij precies wisten waar we mee bezig waren.’

De nieuwgebouwde productieruimte voldoet net als die van de fritesgiganten aan alle roestvrijstalen en hygiënische ‘Eurep-Gap’-en ‘HACCP’-eisen. Intussen hebben ze een distributiesysteem opgezet met leveranciers en ligt hun chips bij een paar honderd locaties in Nederland. Dat zijn (groente)speciaalzaken, maar ook supermarkten en steeds meer boerderijwinkels. Henk: ‘De chips had eerst een houdbaarheid van zes weken. Voor boerderijwinkels is dat te kort. We hebben toen in Wageningen een houdbaarheidsonderzoek laten doen om te onderzoeken hoe we op natuurlijke wijze onze houdbaarheidsdatum konden verlengen. Hieruit kwamen heel goede tips en adviezen. Nu hebben we een houdbaarheid van twaalf weken en zijn we wel interessant voor boerderijwinkels.’ Ook de bestelmogelijkheid op hun website werpt zijn vruchten af. ‘En onze chips ligt ook al in de eerste restaurants,’ geeft Rene aan. ‘Ook dat loopt heel goed.’ De prijs van 2 euro blijkt geen belemmering. Henk: ‘We kozen voor een prijs waarbij we de beste olie konden gebruiken, en onze beste aardappelen. Maar naderhand, nadat je alle investeringen en dergelijke gedaan hebt, blijkt dat je de twee euro die je voor de chips vraagt, keihard nodig hebt.’ Rene vult aan: ‘Een volle dag per week zijn we de fabriek aan het schoonmaken. Zonnebloemolie is een gezonde olie, maar heel moeilijk te verwijderen. Andere frituuroliesoorten gaan er vanzelf af met warm water. Dit geeft een ander plaatje aan je kostprijs.’

 

Aardappelsmaak

Het succes van hun chips is volgens Henk Scheele een combinatie van dingen. ‘Allereerst de doorzichtige zak. Dan misschien wel het belangrijkste: de chips is op de boerderij gebakken. Dat is uniek. De grondstoffen zijn traceerbaar: die hebben we zelf geteeld. Iedereen kan in principe op een weekenddag langskomen en zien: o, daar komt de Hoeksche chips vandaan. Ons product is van a tot z transparant en dat spreekt mensen ontzettend aan!’

En dat geldt ook voor de smaak. ‘Een aardappel is een natuurproduct en die smaakt de ene keer anders dan de andere keer,’ geeft Henk aan. ‘Wij gaan niets verbergen of veranderen aan de smaak en kleur. Maar gewone chips moet elk moment van het jaar precies dezelfde smaak en kwaliteit hebben. Daarvoor moet eerst datgene worden weggehaald wat de smaak beïnvloedt: de aardappelsmaak. Vervolgens moeten er weer smaakstoffen aan worden toegevoegd. Bij ons is alles honderd procent puur. Aardappelen, gebakken in zonnebloemolie, en een beetje zeezout, meer staat er ook niet op het etiket van onze zakken. Je proeft het met je ogen dicht.’ Naast chips met zeezout heeft het drietal een variant ontwikkeld met een milde peper, die de aardappelsmaak niet overheerst. Rene: ‘Consumenten vragen soms aan ons: “Wanneer kom je met paprika?” Dan is steevast ons antwoord: “nooit!” Dan proef je geen aardappel meer, en ons uitgangspunt is altijd geweest: aardappelsmaak.

Henk knikt instemmend: ‘Alles valt samen met onze keuzes automatisch op zijn plek,’ stelt hij. ‘Zonnebloemolie is een gezonde olie en onze chips bevat dan ook de kleinste hoeveelheid verzadigde vetten van Nederland. Twee jaar geleden wist niemand nog wat daarmee was, en nu is iedereen een expert op dat gebied. En neem dan foodmiles. In Amerika en Engeland is het al jaren aan de gang, maar het komt ook deze kant op. Bij foodmiles gaat het om het aantal kilogram geproduceerd CO2 per kilogram voedsel. Dat is bij ons miniem. De afstand van onze aardappelen naar de fabriek stelt immers niets voor.’

 

Productontwikkeling

Eerder dit jaar werden Rene, Henk en Gerrit genomineerd voor Ondernemer van het Jaar. Ze stellen dit erg op prijs, maar hun product vinden ze nog belangrijker. Henk: ‘We proberen steeds weer andere dingen uit. De akkerranden langs onze 25 hectare die we voor aardappels gebruiken, zijn ingezaaid met bloemen- en kruidenmengsels. Het is leuk om te zien, maar er komen ook veel nuttige insecten op af die andere schadelijke insecten opeten, zodat we vaak niet hoeven te spuiten tegen luizen.’

Ook test het drietal aardappelrassen. Henk: ‘Op smaak, maar bijvoorbeeld ook op onderwatergewicht. Een hoog onderwatergewicht betekent veel zetmeel en weinig water in de aardappel. Dan houd je natuurlijk ook meer chips over. En als we ergens een andere aardappel tegenkomen, testen we die ook uit. Daar moet je naar blijven zoeken. Een aardappelras kan het ene en volgde jaar wel goed uitpakken, maar het derde misschien niet meer.’

 

Educatie

Op hun website www.ambachtelijkechips.nl vertellen de drie chipsboeren het laatste nieuws over de aardappelteelt 2007. Daarnaast houden ze open dagen. Rene: ‘Kinderen mogen zelf hun aardappels uit de grond halen. Ook krijgen ze een rondleiding door de fabriek, van begin tot eind. Daarna mogen ze natuurlijk zelf chips gaan maken. We leggen dan ook naast de frituurpan wat zakjes chips en aardappelen in een mandje. Zo worden ze zich bewust van hoe en waar een aardappel groeit en dat chips van een aardappel komt. Er zijn veel kinderen die dat niet weten, maar dat geldt ook voor sommige volwassenen. Soms wijzen ouders naar het mandje en roepen: “wat doen die aardappelen eigenlijk hier?”’ Rene glimlacht. ‘Als je weet wat je eet, kan je het veel beter waarderen.’